ChristianAnswers.Net WebBible Encyclopedia

Bekijk deze pagina in het: Engels (English)

Maria (moeder van Jezus)

Hebreeuws: Mirjam.

Maria was de vrouw van Jozef en de moeder van Jezus Christus, die in haar verwekt was door de Heilige Geest toen ze maagd was. Ze wordt vaak genoemd de ‘Maagd Maria’ hoewel nergens in de bijbel deze twee woorden bij elkaar staan als een echte naam (Matt. 2:11; Matt. 1:23; Luk. 1:27; Hand. 1:14).

Er is weinig bekend over haar persoonlijke geschiedenis. Haar stamboom staat vermeld in Luk. 3 (zie hieronder). Ze was uit de stam van Juda een rechtstreekse afstammelinge van David (Psalm 132:11; Luk. 1:32). Door haar huwelijk was ze familie van Elisabet, die een afstammelinge was van Aaron (Luk. 1:36).

Toen Maria in Nazaret woonde, bij haar ouders, voordat ze de vrouw werd van Jozef, kondigde de engel Gabriël haar aan, dat ze de moeder zou worden van de beloofde Messias (Luk. 1:35). Hierna ging ze haar nicht Elisabet, opzoeken die getrouwd was met Zacharias (waarschijnlijk in Jutta, Jozua 15:55; 21:16, in de buurt van Maon), op aanzienlijke afstand, ongeveer 100 mijl van Nazaret vandaan. Bij het binnenkomen werd ze onmiddellijk gegroet door Elisabet als de moeder van haar Heer. Elisabet begon meteen haar lofzang te zingen (Luk. 1:46-56; vergelijk 1 Sam. 2:1-10). Na drie maanden keerde Maria terug naar Nazaret, naar haar eigen huis.

Jozef werd op bovennatuurlijke wijze ingelicht (Matt. 1:18-25) over haar conditie en hij nam haar mee naar zijn eigen huis. Spoedig hierna kwam het bevel van keizer Augustus (Luk. 2:1) waarin stond, dat ze naar Betlehem (Micha 5:2), moesten gaan, ongeveer 80 of 90 mijl van Nazaret vandaan en toen ze daar waren zochten ze onderdak in een herberg of khan die bedoeld was voor vreemdelingen (Luk. 2:6,7). Maar aangezien de herberg overvol was, moest Maria zich terugtrekken in een plaats tussen het vee en daar bracht ze haar zoon ter wereld, die Jezus genoemd werd (Matt. 1:21), omdat Hij zijn volk zou redden van de zonden.

Hierna volgt het opdragen in de tempel, de vlucht naar Egypte, en het volgende jaar de terugkeer naar Nazaret, waar het gezin zich vestigde (Matt. 2). Daar heeft Maria, de vrouw van Jozef de timmerman, dertig jaar gewoond, bezig in haar eigen nederige omgeving, peinzend over de vreemde dingen die haar overkomen waren. Slechts één gebeurtenis is opgetekend over deze jaren, namelijk toen ze samen naar Jeruzalem gingen Jezus was toen twaalf jaar en zijn ouders raakten Hem kwijt. Ze vonden Hem tussen de geleerden in de tempel (Luk. 2:41-52). Misschien stierf Jozef in deze periode, want hij wordt verder niet meer genoemd.

Na het begin van de openbare bediening van onze Heer wordt er weinig aandacht meer geschonken aan Maria. Ze was bij de bruiloft in Kana. Anderhalf jaar later vinden we Maria in Kapernaüm (Matt. 12:46,48,49), waar Christus deze gedenkwaardige woorden sprak: "Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders en zusters? En hij strekte zijn hand uit naar zijn discipelen en zeide: 'Zie mijn moeder en mijn broeders!' De volgende keer, dat we wat van haar horen is bij het kruis met haar zuster Maria, en Maria Magdalena, en Salome, en andere vrouwen (Joh. 19:26). Vanaf dat uur nam Johannes haar bij zich in huis. Ze was bij de kleine groep in de opperkamer na de hemelvaart (Hand 1:14). Vanaf deze tijd verdwijnt ze volledig van het toneel. Het wanneer en hoe van haar dood is totaal onbekend.

Auteur: Matthew G. Easton, uitgave van Paul S. Taylor.

MARIA' S ANDERE KINDEREN

Maria's andere zonen zijn Jozes (Jozef), Jacobus, Judas, en Simon. Er waren ook zusters bij, maar die worden niet met name genoemd (Matt. 13:55-56; Mark 6:3).

GENEAOLOGIE

Maria was een rechtstreekse afstammelinge van koning David, wat Jezus het recht gaf om de Joodse troon te bestijgen, zowel door Maria als door adoptie door zijn pleegvader, Jozef. Maria's genealogie wordt vermeld in Luk. 3:23-38. Dr. Henry Morris verklaart deze genealogie in Lukas:

"Het is duidelijk, dat Jozef de zoon van Jacob was:(Matt. 1:16, dus als er in [Lukas 3:23 - wordt gesproken van 'de zoon van Eli') moet dat worden uitgelegd als 'schoonzoon van Eli.' De genealogie van Christus in Lucas is zodoende eigenlijk de afstamming van Maria, terwijl Matteüs de afkomst van Jozef geeft. Eigenlijk staat het woord zoon niet in het origineel, dus het is wetenschappelijk verantwoord om het woordje zoon te vervangen door schoonzoon in deze context. Aangezien Matteüs en Lucas duidelijk algemeen bekende feiten vermelden, staat het wel vast, dat zij beiden nooit zo maar zo'n flagrante vergissing konden maken om een verkeerde geneologie te geven in hun verslag. Het is dus duidelijk, dat beide ouders afstamden van David--Jozef door Salomo (Matt. 1:7-15), aldus had hij wettelijk recht op de troon van David en Maria door Nathan (Luk. 3:23-31), haar afstamming was dus uit het zaad van David, aangezien de geslachtslijn van Salomo verworpen was vanwege Jojakin's zonde" [Dr. Henry M. Morris, The Defender's Study Bible, note for Luke 3:23 (Iowa Falls, Iowa: World Publishing, Inc., 1995).].

Ofschoon Jezus duidelijk gerelateerd was aan beide ouders (aan Maria doordat Hij uit haar werd geboren en aan Jozef door wettelijke adoptie), was Hij dan ook genetisch aan hen of aan zijn broers en zusters gerelateerd?

Duizenden jaren lang was elk kind geboren met een overgeërfde zondige natuur en zondig vlees (Rom. 8:3). Dit is het resultaat van de zonde van onze voorouders: Adam en Eva van wie we afstammen. Elke generatie (zonder uitzondering) heeft gezondigd (Rom. 3:23) en geeft die zondige natuur en de vloek van de dood door aan de volgende generatie (de Bijbelse leer van de erfzonde - Rom. 5:12-19). Er is slechts één uitzondering in de geschiedenis. Ofschoon Jezus in de baarmoeder van Maria groeide, zoals elk kind bij zijn moeder groeit, was hij verschillend van alle andere babies. Blijkbaar was Hij niet genetisch gerelateerd aan Maria of Jozef, want beiden hadden een zondige natuur geërfd. Jezus was zonder zonde en men mag vrij aannemen zonder genetische afwijking, aangezien Hij moest dienen als het vlekkeloze offerlam van God.

  • Al sedert de schepping ontstond elk opvolgend leven bij de conceptie. Wetenschappelijk gezien begint het nieuwe wezen op het moment dat het DNA van de man zich verbindt met dat van de vrouw. Dit was niet het geval bij Jezus. Als een geest en deel van de Drie-eenheid, bestond Jezus al voor de schepping van de wereld. Eigenlijk openbaart Johannes dat Hij de Schepper is. (Joh. 1).

  • Verder was het fysieke lichaam van Jezus, zoals Hij werd geboren in Betlehem duidelijk een speciale creatie van God, geplaatst in Maria's baarmoeder. Dit is de Bijbelse leerstelling van de maagdelijke geboorte.

Aldus is noch de geest van Christus, noch zijn lichaam het resultaat van het DNA van het eitje van Maria of van het zaad van enige man. Beide zouden genetische fouten hebben bevat en een zondige natuur. Zoals de Bijbel ons leert was Jezus echt de tweede Adam. De eerste Adam was een speciale schepping van God (niet gerelateerd aan enig menselijk wezen), zo ook de tweede Adam. (Romeinen 5:12-19). Jezus was net zo volledig mens als de eerste Adam en evenals deze had Hij geen zondige natuur, geen erfzonde, geen zondig vlees, dat steeds weer generatie op generatie doorgegeven werd sinds de zondeval. Hij was absoluut puur en zonder zonde, vanaf de dag van Zijn geboorte. Hij moest zijn en was het Lam van God, zonder vlek of rimpel, offerlam voor onze zonden (Joh. 1:29). (Voor verdere uitleg zie: SCHEPPING EN DE MAAGDELIJKE GEBOORTE en TOEN GOD MENS WERD]

Author: Paul S. Taylor.
Translation by: Josine